Spring naar inhoud

Paasweekend II

6 mei 2010

Zaterdagochtend. Het is acht uur en pikdonker. De grote tuindeuren zijn aan de buitenkant afgesloten met houten luiken die geen licht binnenlaten. Of toch, door een kwast in het hout wordt een lichtvlek op de muur tegenover de tuindeuren geprojecteerd. Het is stil, behalve de ademhaling naast me hoor ik niets. Ik moet naar het toilet en bij het schaarse licht van de vlek op de muur ga ik schuifelend naar de overkant van de kamer. Zodra ik de deur van het toilet opendoe floept het licht vanzelf aan. Even later hoor ik het water lopen in de douche, blijkbaar heb ik haar toch wakker gemaakt.

Als we aangekleed zijn open ik de tuindeuren en wil de luiken opendoen. Er klinkt een klagende miauw van buiten. Ik doe een luik open en meteen strijkt de lichtrode kater langs mijn been en schrijdt naar binnen. “Goedemorgen Hugo” zeg ik en hij kijkt even om en knipoogt naar me. Gisteren hebben we kennisgemaakt, Hugo is genoemd naar Victor Hugo, zo is me verteld. Typisch Frans, dacht ik, stel je voor dat je in Nederland je kat Jacob noemt, naar van Lennep, niemand zou weten wie je bedoelt, maar de Fransen staan het zichzelf toe trots te zijn op hun verleden en cultuur. Ik doe de deur van de kamer open en laat Hugo op de gang. Ik volg de kat en open de deur naar de eetkamer voor hem.

Als ik met de kat de eetkamer binnenkom komt er onmiddellijk een grote zwarte hond op me af. Ze duwt haar kop onder mijn hand en eist geaaid te worden. Kim is een al wat oudere dame maar vindt het nog steeds fijn achter haar oren gekriebeld te worden, zo blijkt. We worden door het glas in de buitendeur bekeken door Daphne. Ze rekt zich uit en strekt haar voorpoten over de ruit. Je zou kunnen denken dat ze jaloers is, maar ik weet beter, ze zal niet binnenkomen als ik de deur zou opendoen. Daphne is een adellijke poes die veel te ver boven ons verheven is om zich te laten aaien. Als een ding duidelijk is geworden is het dat de beesten geen schaamte kennen. Hugo wandelt ongevraagd onze slaapkamer binnen, Kim eist aandacht en zorgt dat ze die krijgt, Daphne houdt ons zonder gêne met een hautaine blik in de gaten.

Het wordt een regenachtige dag vandaag, niet echt weer om er op uit te gaan, maar we zijn op vakantie dus maken we er het beste van. We besluiten Autun te bezoeken, mijn vrouw en ik zijn er jaren geleden geweest en herinneren ons de Romeinse ruïnes. Het centrum van Autun is verlaten en nat, en de stad is bij regen lang niet zo interessant als gedacht. Bij het office de tourisme hebben ze ook geen idee wat er hier te doen is. Een rondleiding in het kasteel van Sully lijkt ons wel wat, dat is tenminste binnen. Na een rit van een half uur parkeren we op de modderige parkeerplaats voor het kasteel. De volgende rondleiding begint over een half uur, nog even wachten dus. We kruipen rond de kachel in de wachtruimte annex souvenirshop. Het is er net zo koud en klam als buiten.

Ineens is hij daar. Met de uitstraling van Napoleon en net zo groot. Hij laat zijn handen rusten op een grote paraplu met houten baleinen en een uitgesneden eendenkop als handvat. Met vriendelijke woorden en op een toon die geen tegenspraak duldt verzoekt hij ons hem te volgen. Eenmaal buiten steekt hij zijn paraplu op en begint uitgebreid te vertellen over de moestuin, aangelegd naar het voorbeeld van Versailles, in een prachtig en goed verstaanbaar Frans. Gewillig laten we ons natregenen. Er lopen al ijskoude druppels van mijn kraag in mijn nek als we eindelijk verder lopen. “Hij lijkt op Johnny Depp”, fluistert Jaqueline. Als we de hoek van het bijgebouw om gaan komt het kasteel in volle glorie in zicht. Inderdaad echt de moeite waard, een onverwacht groots gebouw. Het gezelschap bestaat voornamelijk uit Nederlanders, een paar Vlamingen en enkele Fransen, maar Johnny volhardt in zijn bloemrijke Frans. Af en toe stelt hij iemand uit de groep een vraag als om te controleren of we wel goed opletten en soms wordt er zelfs vertwijfeld een antwoord gestameld voordat Johnny dat zelf geeft. Honderden jaren MacMahon familiegeschiedenis passeren, ik ben de draad al lang kwijt. Het kasteel is indrukwekkend, vooral ook doordat het zo overduidelijk vergane glorie is. Johnny valt niet uit zijn rol van alwetende kasteelheer en geeft een grotesk optreden.

Zondagochtend bezoeken we Domaine d’Ardhuy. We worden hartelijk ontvangen door de familie en krijgen een heel uitgebreide rondleiding, waarbij we in de kelders uit verschillende vaten mogen proeven zodat we de invloed van het ‘terroir’ op de smaak van de wijn zelf kunnen vaststellen. Het domaine is familiebezit, de familie heeft overduidelijk veel liefde voor het vak en is trots op hun producten die volgens oude familietraditie worden gemaakt. Na de rondleiding volgt een proeverij van 4 witte en 6 rode wijnen, waarbij niet flauw wordt gedaan, ook flessen van boven de 90 euro gaan open. We proeven wijnen van 8 jaar oud die sprankelen in het glas, fris en fruitig ruiken en smaken. De lekkerste monsters slikken we door, het is zonde dit uit te spugen. Hoewel hier ongetwijfeld de lekkerste wijnen bij zijn die ik ooit heb geproefd, koop ik niets, het is me toch allemaal net iets te veel geld. Ruim drie uur later vertrekken we weer en onderweg lunchen we wat.

Eenmaal terug in les Escargots is er weer wijn. Rood voor de heren en wit voor de dames. De wijn heeft een wonderlijke uitwerking. Wij zijn allemaal net iets luidruchtiger dan normaal, het lijkt alsof iedereen zijn laatste beetje schroom heeft afgelegd. Niemand geneert zich zijn gedachten de vrije loop te laten en niemand neemt aanstoot aan de ander. Jacqueline sprak geen woord Frans toen we uit Nederland vertrokken maar voert nu hele gesprekken met Philippe, waarin ze steeds benadrukt ‘innocent’ te zijn. Wij heren trekken dat in twijfel, zeker als de dames bij een spelletje van een absurde achterstand in een paar beurten de onmogelijke prestatie leveren de heren te verslaan. Er is een vrolijke uitgelaten sfeer als we ons aan het eind van de middag gaan opmaken voor weer een heerlijk diner. Daarna vroeg naar bed, morgenochtend weer een proeverij.

Maandagochtend worden we al vroeg verwacht in Chateau de Chamilly, hier komt de mercurey vandaan die we al dagen drinken. Het is een klein chateau, de zaken worden gedaan door Véronique Desfontaine, die na de dood van haar man achterbleef met 2 tienerzonen. Ze is een heel sterke vrouw, dat is wel duidelijk. Ze woont helemaal alleen in het veertiende-eeuwse kasteel en hoewel ze behalve de administratie niets van wijnmaken wist heeft ze het chateau een aantal jaren alleen draaiende gehouden. De jongens hebben in Australië gestudeerd en werken nu ook in de zaak. Wijn maken gebeurt hier op tradionele wijze met rijping in eikenhouten vaten, eikenhoutkrullen toevoegen bij wijn in stalen vaten zoals in Australië gebruikelijk, is hier taboe, de wijn zou hierdoor de interactie met de buitenlucht door het eikenhout heen missen. We proeven hier een aantal witte en rode wijnen, waaronder ook een witte wijn van de pinot noir. Heel bijzonder, maar niet onze favoriet. Heel lekker is de 1er cru uit 2007, maar die moet eigenlijk nog een paar jaar liggen voor hij op dronk is. We besluiten een doosje van de ‘gewone’ mercurey uit 2004 te nemen en een doosje 1er cru. Heel gelukkig met onze aankoop genieten we onderweg van een uitgebreide lunch en daarna een wandeling rond het Lac des Settons.

Dinsdag weer naar huis. Rond Parijs weer de nodige drukte, maar dat doet me nu weinig. Eenmaal thuis zijn we nog niet uit het Bourgondische ritme en we besluiten de jongens mee uit eten te nemen. Als er iets geleerd is de afgelopen dagen is het dat we ons niet hoeven te generen om van het leven te genieten. Neem jezelf serieus, maar niet teveel, en laat je niet de wet door anderen voorschrijven. Dan volgt nog een verrassing. In plaats van 6 flessen mercurey en 6 flessen 1er cru zijn er maar 2 flessen mercurey en 10 flessen 1er cru ingepakt. Ik informeer bij de anderen, maar niemand heeft flessen 1er cru te weinig of mercurey te veel. We zullen het dus moeten nemen zoals het is. De zon schijnt, het leven is prachtig! Rob Oudkerk zat weer bij De Wereld Draait Door, hij wil burgemeester van Amsterdam worden. Gisteravond stonden er drie auto’s te wachten op de parkeerplaats bij de sekscamper van Fijnaart. Onbeschaamd leg ik alle flessen 1er Cru onderin het wijnrek, verlekkerd bij de gedachte aan hoe ik later zal genieten. Schaamte is zo makkelijk te overwinnen met genot in het vooruitzicht.

Oordeel zelf:

http://www.domaine-les-escargots.com

http://www.ardhuy.com

http://www.chateaudechamilly.com

http://www.chateau-mac-mahon-sully.abcsalles.com

Please follow and like us: